Bloed in de ontlasting kan wijzen op darmkanker

>
>

Wanneer er bloed bij de ontlasting wordt waargenomen is dat meestal onschuldig. Bijvoorbeeld door aambeien of door kloofjes rond de aars, kan er bloed vrijkomen die ook duidelijk op het toiletpapier te zien is. Het gaat meestal over helrood bloed op het toiletpapier of op de uitwerpselen. In het geval dat het bloed vermengd is met de uitwerpselen, moet men iets voorzichtiger zijn. Nog is dat geen definitief uitsluitsel dat men met kanker te maken heeft. Er zijn tal van oorzaken waardoor bloed vermengd wordt met de uitwerpselen. Een microscopisch onderzoek en een darmonderzoek kunnen uitsluitsel geven. Toch kan in een aantal gevallen het bloed afkomstig zijn van maag of darmkanker.

 

Adenocarcinoma

Ulcera- en darmcarcinoom komen vooral voor bij patiënten, die ouder zijn dan 40 jaar. Ook hierbij lopen mannen een groter risico dan vrouwen. Het aantal patiënten neemt met de leeftijd toe, vooral na het vijftigste jaar.

Maagkanker toont duidelijk aan, dat uitschakeling van uitwendige schadelijke invloeden de groei van carcinomen remt. In alle westerse geïndustrialiseerde landen is het aantal maaggezwellen in de loop der laatste dertig jaar aanzienlijk gedaald, mede omdat het toevoegen van carcinogene stoffen aan de voedingsmiddelen werd verboden. In de Verenigde Staten is er zelfs sprake van een vermindering van 50 %. Het aantal darmtumoren bleef echter op hetzelfde peil.

Goedaardige en kwaadaardige gezwellen melden zich met een uitgesproken onbehaaglijk gevoel in de maagstreek, een gevoel van druk, zelden pijn. Deze tekenen treden onmiddellijk of geruime tijd na de maaltijd op. De stoelgang is afwisselend dun of te droog en te hard. De eetlust verdwijnt. Bepaald voedsel (vooral vlees) wekt sterke tegenzin op.

In het beginstadium komt zelden bloedverlies voor. Röntgenfoto’s zijn vaak niet voldoende om een duidelijke diagnose te kunnen stellen. Ook hier kan optisch onderzoek van de maag verhelderend werken en de afname van zieke cellen voor een cytologisch onderzoek vergemakkelijken. Dit onderzoek heet gastroscopie. In de op de maag aangesloten twaalfvingerige darm en in de lange dunne darm komen zelden carcinomen voor. Ze ontwikkelen zich meestal in de dikke darm, in 70 % der gevallen in de endeldarm en het afdalende gedeelte van de dikke darm. Voor de diagnose van deze laatstgenoemde gezwellen kan de arts door de vinger in de anus te steken de tumor voelen. Zit de tumor te hoog, dan moet men rectoscopie (een onderzoek met een instrument met een lichtje) verrichten.

Tumoren van de spijsverteringsorganen zijn met de moderne onderzoekmethoden gemakkelijker en eerder te ontdekken dan longkanker. Op tijd uitgevoerde operaties leveren beslist ook meer succes op. Thans wordt in 60 % der gevallen met een overlevingskans van meer dan 5 jaar gerekend.

Genezing is slechts na een operatie mogelijk. Hierbij worden behalve de kwaadaardige ook de eventueel aanwezige goedaardige gezwellen verwijderd, opdat ze niet kunnen ontaarden. De maag of de darm worden door deze ingreep kleiner (maag- of darmresectie; reseceren = wegsnijden). Na een bepaalde dieetperiode functioneren ze in de regel weer volwaardig. Liggen de gezwellen diep in de endeldarm, waardoor dit orgaan moet worden verwijderd, dan wordt een kunstmatige anus (anus praeternaturalis) aangelegd. Na opening van de buikholte wordt een lus van de dikke darm naar voren getrokken en zijdelings aan het buikvlies genaaid. Na hoogstens 1 a 3 dagen mag die opening voor de stoelgang worden vrijgegeven. In gunstige omstandigheden kan de normale anus na enige tijd weer worden geopend, waarbij de anus praeternaturalis natuurlijk wordt verwijderd.

 

Poliepen

In de dikke darm en de endeldarm komen dikwijls, vooral bij oudere mannen, goedaardige, maar tot bloedingen neigende gesteelde ge­zwellen voor. Deze poliepen kunnen kwaadaardig worden. Soms zijn ze klein als speldeknoppen, maar soms ook zo groot als noten.

 

Erfelijke polypose

In sommige families bestaat een erfelijke aanleg voor deze poliepen, die dan in grote hoeveelheden voorkomen en ook bij jongere mensen en zelfs bij kinderen worden waargenomen. Vergrote secrezione di muco, diarrea, hevige pijn en darmbloedingen zijn de symptomen, die door röntgenfoto’s en darmspiegeling worden bevestigd. In veel ge­vallen verdient het aanbeveling de poliepen operatief te verwijderen, voordat ze tot carcinomen ontaarden.

 

Kanker van de dikke darm

Carcinomen of darmkanker komen in alle gedeelten van de dikke darm, maar vooral in het stijgende en daarop volgende gedeelte voor. De eerste symptomen zijn doorgaans niet karakteristiek: plotseling veranderd ontlastingspatroon, obstipatie afgewisseld met diarree, sangue nelle feci, dat vaak aan aambeien wordt toegeschreven. Wanneer deze verschijnselen niet verdwijnen en geen oorzaak is aan te wijzen, is een grondig onderzoek, eventueel gevolgd door operatie, noodza­kelijk.

>
>